Wat mogen wij doen?

Hoewel het niet onze vooropgezette bedoeling is om eigenhandig op te treden kan het onder omstandigheden voorkomen dat je je daar toch toe genoodzaakt voelt. Voorop staat in ieder geval dat de eigen veiligheid voor gaat. Heb je de keuze kies er dan voor om zaken door de politie te laten afhandelen. Is direct handelen noodzakelijk dan kun je hieronder lezen aan welke regels dat handelen gebonden is.

Uitgangspunt is dat Nederland een uitgebalanceerd systeem van rechtshandhaving kent, waarbij de politie strafbare feiten opspoort onder het gezag van het Openbaar Ministerie (OM). Het OM tracht vervolgens recht te doen namens de samenleving. In zo’n samenleving is geen ruimte voor eigenrichting. Burgers kunnen wel behulpzaam zijn bij het oplossen van strafbare feiten. Zo mogen burgers bijvoorbeeld iemand aanhouden als zij zien dat er een strafbaar feit wordt gepleegd. Daaraan zijn echter wel voorwaarden verbonden.

Eigenhandig optreden.

Mag een burger die getuige is van een misdrijf de verdachte aanhouden?

Op grond van artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering is bij ontdekking op heterdaad iedereen bevoegd een verdachte aan te houden. De aangehoudene moet wel “onverwijld” aan de politie worden overgedragen. Om te voorkomen dat de verdachte de benen neemt, mag de aanhouder dwang uitoefenen, bijvoorbeeld door hem tegen de grond te houden. Het gebruikte geweld mag niet verder gaan dan nodig is om te bereiken dat de verdachte er niet vandoor gaat. Het is toe te juichen dat dagelijks burgers van deze bevoegdheid gebruik maken. Zowel politiemensen als officieren van justitie zijn in de praktijk coulant tegenover burgers die het initiatief hebben genomen om iemand aan te houden.

Er is echter een duidelijke grens waar de geweldtoepassing moet ophouden. Zodra de verdachte zich heeft overgegeven of weerloos is, dan is het doel bereikt en is er geen geweld meer nodig. Dat geldt voor een aanhouding door de politie maar ook voor een aanhouding door burgers. Wanneer het geweld doorgaat nadat iemand is aangehouden, slaat het om in redeloos geweld. Een aanhouding door een burger is prima, maar wat niet mag is dat de aangehoudene vervolgens een paar flinke klappen na krijgt. Of dat nou is omdat iemand stoom moet afblazen of omdat hij het idee heeft dat hij zelf de verdachte moet straffen, zulk geweld is niet toelaatbaar.

Wat mag een burger bij een aanhouding op heterdaad?

Mag een burger die getuige is van een misdrijf de verdachte aanhouden? Op grond van artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering is bij ontdekking op heterdaad iedereen bevoegd een verdachte aan te houden. De aangehoudene moet wel ‘onverwijld’ aan de politie worden overgedragen. Er zijn echter nog wat eisen en voorwaarden voor een zogeheten burgerarrest. Zo moet de aangehoudene ‘onverwijld’ aan de politie worden overgedragen. Om te voorkomen dat de verdachte de benen neemt, mag de aanhouder dwang uitoefenen, bijvoorbeeld door hem tegen de grond te houden. Het gebruikte geweld mag niet verder gaan dan nodig is om te bereiken dat de verdachte er niet vandoor gaat. Het is toe te juichen dat dagelijks burgers van deze bevoegdheid gebruik maken. Zowel politiemensen als officieren van justitie zijn in de praktijk coulant tegenover burgers die het initiatief hebben genomen om iemand aan te houden. Er is echter een duidelijke grens waar de geweldtoepassing moet ophouden. Zodra de verdachte zich heeft overgegeven of weerloos is, dan is het doel bereikt en is er geen geweld meer nodig. Dat geldt voor een aanhouding door de politie maar ook voor een aanhouding door burgers. Wanneer het geweld doorgaat nadat iemand is aangehouden, slaat het om in redeloos geweld. Een aanhouding door een burger is prima, maar wat niet mag is dat de aangehoudene vervolgens een paar flinke klappen na krijgt. Of dat nou is omdat iemand stoom moet afblazen of omdat hij het idee heeft dat hij zelf de verdachte moet straffen, zulk geweld is niet toelaatbaar.

Wat mag men als burger doen om een overvaller aan te houden?

Burgers die (bijvoorbeeld) een overvaller of een inbreker op heterdaad betrappen, mogen deze persoon aanhouden, maar daarbij geen onnodig geweld of wapens gebruiken. Doen zij dat wel, dan maken zij zich schuldig aan eigenrichting en dat is strafbaar. Dit was, naar het oordeel van het OM, het geval in de zaak van de twee medewerkers van een Amsterdamse supermarkt. Deze worden ervan verdacht een overvaller te hebben mishandeld nadat deze zijn wapen had weggeworpen en zich had overgegeven. Zij zouden zich schuldig hebben gemaakt aan het gebruik van excessief geweld. Het zogeheten burgerarrest (citizensarrest) volgt uit artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering. Daarin staat dat “in geval van ontdekking op heterdaad ieder bevoegd is de verdachte aan te houden”. De aangehoudene moet wel ‘onverwijld’ overgedragen te worden aan een opsporingsambtenaar (politie). Iedere burger mag dus een ander aanhouden als hij ziet dat deze een strafbaar feit pleegt. Daarbij mag de verdachte worden beetgepakt en in bedwang worden gehouden. Daarbij mag dwang worden uitgeoefend, bijvoorbeeld door hem tegen de grond te houden. Onnodig geweld mag niet worden gebruikt. Wapens mogen ook niet worden gebruikt. Dit is in ons land voorbehouden aan opsporingsambtenaren. Uiteraard mag degene die tot een ‘burgerarrest’ over gaat zich wel verdedigen als de verdachte geweld gebruikt. Deze verdediging moet wel in verhouding zijn met het door de verdachte toegepaste geweld. Zowel politiemensen als officieren van justitie betrachten in de praktijk in dit soort zaken een zekere coulance richting burgers die het initiatief hebben genomen tot een aanhouding. Het is begrijpelijk dat bij een schermutseling of een enerverende achtervolging degene die de aanhouding verricht meer fysieke dwang gebruikt dan in normale omstandigheden. Het mag echter niet zo zijn dat een verdachte die geboeid is wordt geschopt of geslagen. De fysieke dwang moet ophouden zodra een verdachte zich overgeeft of weerloos is. In het Amsterdamse geval worden de twee betrokken supermarktmedewerkers ervan verdacht de overvaller te hebben mishandeld nadat deze zich reeds had overgegeven. Daarbij is letsel toegebracht. Ook zouden zij hebben getracht de verdachte te schoppen terwijl deze reeds door de politie was geboeid. Dit valt buiten het ‘burgerarrest’ en is derhalve in beginsel strafbaar. Mocht het tot vervolging komen, dan wegen de omstandigheden rond de aanhouding uiteraard mee bij het bepalen van de strafmaat.

Artikel 53 Wetboek van strafvordering

1.. In geval van ontdekking op heterdaad is ieder bevoegd den verdachte aan te houden.

2.. In zodanig geval is de officier van justitie of de hulpofficier bevoegd den verdachte, na aanhouding, naar eene plaats van verhoor te geleiden; hij kan ook diens aanhouding of voorgeleiding bevelen.

3.. Geschiedt de aanhouding door een anderen opsporingsambtenaar, dan draagt deze zorg dat de aangehoudene ten spoedigste voor den officier van justitie of een van diens hulpofficieren wordt geleid.

4.. Geschiedt de aanhouding door een ander, dan levert deze den aangehoudene onverwijld aan een opsporingsambtenaar over, onder afgifte aan deze van mogelijk in beslag genomen voorwerpen, die dan handelt overeenkomstig de bepalingen van het voorgaande lid en, zo nodig, de artikelen 156 en 157.

Ingrijpen bij een vechtpartij?

Incidenten in het recente verleden hebben veel discussie opgeleverd over eigenrichting en het burgerarrest. Naar aanleiding van de dood van René Steegmans in Venlo ontstond vervolgens discussie over de rol van omstanders bij de vechtpartij waarbij Steegmans het leven verloor. Moet je ingrijpen bij zo’n vechtpartij? En mag dat eigenlijk wel? Of moet je dan zelf bij de rechter verschijnen?

Geweldsmonopolie.

In Nederland heeft de politie het geweldsmonopolie. Dat houdt in dat niemand anders dan een politiefunctionaris mag schieten, pepperspray gebruiken of iemand met een knuppel slaan. Toch zijn er situaties dat ook burgers geweld mogen gebruiken. Bijvoorbeeld als je zelf wordt aangevallen of als je zelf iemand aanhoudt (burgerarrest, zie hiervoor ook “Wat mag een burger bij aanhouding op heterdaad?”). Het geweld moet “gepast” zijn en ophouden zodra een verdachte zich overgeeft of weerloos is. Als je getuige bent van een vechtpartij, kun je een aantal dingen doen. Je kunt bijvoorbeeld het alarmnummer bellen, de dader proberen af te leiden, kenmerken van de dader onthouden of getuigen bij de politie. Ook kun je omstanders mobiliseren. Met een paar mensen maak je meer indruk dan in je eentje. Zie voor tips hierover de site: Meld Geweld. Maar je mag de geweldplegers ook aanhouden en daarbij gepast (!) geweld gebruiken. Altijd geldt overigens: je eigen veiligheid staat voorop.

Wat gebeurt er als je ingrijpt.

In veruit de meeste gevallen van ingrijpen bij een vechtpartij, zal de politie een verklaring opnemen en het adres en telefoonnummer noteren. Als buiten kijf staat dat het toegepaste geweld proportioneel was, gebeurt er verder niets. Dat is bijvoorbeeld zo wanneer een vechtersbaas door een omstander tegen de grond wordt gehouden, een duw krijgt, of door één of twee mensen wordt vastgehouden. Als er echter iemand gewond is of mensen zeggen dat degene die ingreep wel heel erg tekeer ging tegen een weerloze man of vrouw, zal de politie proces-verbaal opmaken. In dat geval kan de omstander worden aangemerkt als verdachte van een strafbaar feit.

Beoordeling Openbaar Ministerie.

Als de omstander aangemerkt is als verdachte, onderzoekt de politie alle feiten en omstandigheden van het gebruikte geweld. De officier van justitie beoordeelt vervolgens of het geweld gepast is geweest in die situatie. Hij kijkt dan naar proportionaliteit en subsidiariteit. De officier bekijkt of het geweld proportioneel was. Dat betekent dat de het soort geweld dat je gebruikt, in verhouding moet staan tot het gepleegde strafbare feit. Zo is het buiten alle proporties als je iemand doodschiet als hij appels uit je tuin steelt. Bij subsidiariteit kijkt de officier of er ook andere mogelijkheden waren om bijvoorbeeld de belager af te weren of de verdachte aan te houden. Je mag geen riskanter middel gebruiken dan strikt genomen vereist. Ook de wijze waarop het geweld wordt gebruikt is wordt beoordeeld. Je mag niet meer geweld gebruiken dan noodzakelijk is. Je mag dus geen geweld meer gebruiken als de belager zich heeft overgegeven of weerloos is. Als de officier van justitie op basis van het onderzoek oordeelt dat sprake is geweest van gepast geweld, zal hij de zaak seponeren. Als hij vindt dat er teveel of te lang geweld is gebruikt, zal hij de zaak voorleggen aan de rechter. De verdachte wordt dan gedagvaard. Deze verdachte zal in de meeste gevallen een beroep doen op noodweer of noodweerexces.

Noodweer en noodweerexces

In het Wetboek van Strafrecht (art. 41) is bepaald dat iemand niet strafbaar is als hij een strafbaar feit begaat om zichzelf, iemand anders of goederen te beschermen tegen onmiddellijk en dreigend gevaar. Als het gebruikte geweld in redelijke verhouding staat tot het gevaar, is er sprake van noodweer. Daarnaast biedt de wet – onder strikte voorwaarden – ook bescherming als een buitensporig middel is gebruikt om zich te verdedigen. Er is sprake van “noodweerexces” als iemand van de aanval zó schrikt, dat hij de grenzen van de noodzakelijke verdediging overschrijdt. Als het beroep op noodweer of noodweerexces gerechtvaardigd is zal de verdachte in beginsel niet verder worden vervolgd. Het begane feit is wel strafbaar, maar de verdachte niet.

Deze vragen (en antwoorden) zijn opgenomen in de veelgestelde vragensectie van het openbaar ministerie. Deze is terug te vinden onder de knop “Vragen?” in de rechter navigatiebalk. Hier staat ook een uitgebreid dossier over het onderwerp eigenrichting/burgerarrest.

Reacties zijn uitgeschakeld.